Waterdichting en loodwerk
Kort antwoord
Goede waterdichting bestaat uit meerdere lagen die elkaar overlappen: het loodwerk onder en langs de dakkapel, de dakbedekking op het platte dak boven, en de waterkerende folie onder de pannen. Geen enkele laag mag het werk alleen doen.
De waterkerende lagen
- Onder de pannen: waterkerende, dampopen folie die incidenteel insijpelend water afvoert.
- Tussen dakkapel en pannen: lood of loodvervanger als slab onder de voorgevel en langs de wangen.
- Bovenop het platte dak: dakbedekking (EPDM, bitumen of zink) met opstanden tegen de muren.
- Bij kozijnen: aansluitingen met EPDM-banden of compriband ('aanslagrubber').
Lood en alternatieven
Lood blijft het meest gebruikte materiaal voor de aansluitingen. Het is vormvast, gaat decennia mee en laat zich goed in de dakpannen werken. Loodvervangers (EPDM-composieten met loodlook) zijn lichter en milieuvriendelijker. Beide werken goed, mits vakkundig verwerkt, en daar zit het verschil.
Het platte dak van de dakkapel
Het kleine platte dak boven de dakkapel krijgt een bedekking van EPDM (één rubberlaag), bitumen (gebrande lagen) of zink (gefelste banen). EPDM is tegenwoordig het meest gebruikt voor dakkapellen: naadloos op deze maat, goed waterdicht en eenvoudig te onderhouden. Belangrijk is de opstand tegen de voorgevel en de aansluiting op het bestaande dak.
Hoe u dit later kunt controleren
- Sta op de zolder en kijk bij de kozijnen en aansluitingen op vochtplekken, ook na een week regen.
- Inspecteer aan de buitenkant of het lood netjes onder de pannen ligt en niet zichtbaar 'opgekit' is.
- Controleer het platte dak vanaf een raam of via foto's of er water blijft staan.
- Vraag bij oplevering om detailfoto's voor uw eigen dossier.
