Aansluiting op het bestaande dak
Kort antwoord
Op de aansluitvlakken, onder de dakkapel (loodslab), links en rechts langs de wangen (kilstukken of opstanden) en eventueel bovenop, moet de waterdichting zorgvuldig en met juist materiaal worden uitgevoerd. De isolatie moet vloeiend overgaan in de bestaande dakisolatie, zonder onderbreking.
De kritieke punten
- Onderzijde dakkapel: hier komt het water van de voorgevel langs de pannen omlaag.
- Wangen (zijkanten): water uit het bestaande dak loopt langs de wangen.
- Bovenzijde wangen: aansluiting tussen wang en bestaand dak.
- Achterzijde: aansluiting van de platte dakbedekking op de bestaande pannen.
- Kozijnaansluitingen in de voorgevel.
Lood, zink of loodvervangers
Onder en langs de dakkapel komt een laag waterkerend materiaal dat de aansluiting waterdicht maakt. Lood is decennialang de standaard. Goede loodvervangers (zoals loodlook EPDM-composieten) zijn lichter en milieuvriendelijker, maar de uitvoering moet kloppen. Zink wordt minder vaak gebruikt op deze plek.
Belangrijker dan de materiaalkeuze is de uitvoering: voldoende overlap, juist opwerken in de pannen, en aansluitend op de waterkerende laag van de dakbedekking erachter.
Doorlopende isolatie
De isolatie van de dakkapel moet aansluiten op de isolatie van het bestaande dak. Een onderbreking (bijvoorbeeld 'we vullen daar later wat in') wordt al snel een koudebrug en condensplek. Vraag hoe dit detail wordt uitgevoerd voordat de opdracht definitief is.
Veelgemaakte fouten
- Te smal loodwerk waardoor water langs randen kan kruipen.
- Lood gekit op pannen in plaats van eronder gewerkt.
- Onderbroken damprem aan de binnenzijde, met condens als gevolg.
- Isolatie die niet aansluit op bestaande dakisolatie.
- Geen ventilatie van de spouw boven de isolatie, wat tot vocht in de constructie leidt.
